Momentopname

Standard

Jolien zegt tegenwoordig heel vaak ‘Pardon.’ Ze heeft namelijk goed begrepen dat je dat moet zeggen als je in windje laat. Bijgevolg zitten we nu vaak ’s avonds een boekje te lezen voor het slapengaan en klinkt het links of rechts van mij de hele tijd: ‘pardon pardon pardon … pardon … pardon pardon …’ Ik heb het dus eens geprobeerd met te zeggen dat ‘pardon’ alleen nodig is als we het windje horen en/of ruiken, maar dat hielp niet. Toen ging het zo: ‘Pardon. Ik heb het gehoord, hoor, mama.’

Jolien zegt nu ook vaak ‘Voila.’ Ze zegt het al even schattig als ‘Ik denket.’

Ze zingt ook graag mee met ‘Jingles Bells.’

 

Jolien maakt zich ook vaak zorgen. Dat haar neus langer gaat worden als ze liegt. Dan vraagt ze tien keer per dag of haar neus langer wordt en voelt ze regelmatig eens om te controleren. Dat ze gaat stoppen met ademen en gaat doodgaan. Dan ademt ze een paar keer per dag wat uitdrukkelijker om te controleren of het allemaal nog werkt. Ze heeft ook wel mooie dromen over sneeuwmannen maken en sneeuwballen gooien en niet naar de gevangenis te moeten gaan.

 

Elin staat graag in de belangstelling. Ze vindt het leuk als mensen naar haar kijken als ze danst of andere dingen doet of naar haar luisteren als ze zingt of vertelt. Op een familiefeest zal ze luid genoeg praten tegen niemand in het bijzonder, de bedoeling is dat iedereen haar hoort. En als er vrienden op bezoek zijn verkleed ze zich en komt ze ongegeneerd een show van ’t een of ’t ander opvoeren. ’t Is soms flink vervelend, maar ik ben toch vooral blij voor haar dat ze haar verlegenheid kan overwinnen. Ze weet goed wat verlegenheid is. Met Kerstmis zei ze het tegen het achternichtje van Kris: “Eerst was je verlegen, maar nu niet meer hé.”

 

Elin wil mij nu graag helpen als ik veel werk heb. Dus wil ze nu de tafel dekken, afruimen, afkuisen, de vaatwasser vullen, de stoelen proper maken en borstelen onder de tafel. Heel leuk vind ik dat, maar ook wat verontrustend. Ze speelt ook graag baby. Ze kruipt dan en kan niet meer deftig praten. Wat ergerlijk vind ik dat, maar het compenseert het voorgaande. Ze heeft een geheugen om u tegen te zeggen. Als ik een boek een keer heb voorgelezen, kan ze het al bijna helemaal navertellen. Ze gaat graag naar de dansles en naar het theater.

 

Voor allebei is een bloedneus iets bijzonder triviaals. Onlangs hadden ze er samen eentje. Rond elf uur ’s avonds hoorde ik Jolien roepen. Toen ik ging kijken, lag ze in bed met een zakdoek tegen haar neus. ‘Ik heb een bloedneus.’ Ik ga een washandje halen en hou het tegen haar neus tot het bloeden stopt en ga ook maar eens bij Elin kijken. Die zit rechtop in bed met een zakdoek tegen haar neus. ‘Ik heb een bloedneus’. Ik ga een washandje halen en hou het tegen haar neus tot het bloed stopt en ga ook maar eens bij Jolien kijken. ‘Wat is er met Elin?’ ‘Elin had ook een bloedneus.’ ‘Dat is grappig.’

Iets liefs

Standard

Van zusterliefde is er soms weinig sprake ten huize Vanherle-Verstraeten. Vaak is het er wel, maar ze willen elkaar al wel eens gebruiken om even alle moeheid, boosheid en frustratie op uit werken. De laatste weken voor een schoolvakantie wordt dat altijd erger. Of misschien merk ik het dan meer omdat ik zelf ook nood heb aan zo’n vakantie. In elk geval konden ze een tijdje geleden allebei niets goed meer doen in de ogen van de ander. Met als gevolg dat ik ook vaak bezig was met boos zijn. Op een avond kondigde ik aan dat we in de kerstvakantie opnieuw gingen leren lief te zijn voor elkaar door elkaar elke dag een complimentje te geven (iets liefs te zeggen over elkaar, heb ik het genoemd) en dat we alvast eens gingen oefenen. Wat er toen met heel veel moeite uitkwam, heb ik niet onthouden, maar het leek me in elk geval alsof het niet veel indruk maakte.

Tot vanavond. Toen de dag op z’n einde liep en ik met Jolien bezig was in de badkamer, kwam Elin binnen met de boodschap: “Mama, in de kerstvakantie gingen we toch elke dag iets liefs zeggen over elkaar?”

En dat werd:

Mama: “Elin, ik vind het heel tof dat je zelf aan je pantoffels hebt gedacht en dat je die van Jolien ook hebt gebracht. Jolien, ik vind dat jij vandaag hele mooie dingen hebt gemaakt met de strijkparels.

Elin: “Jolien, ik vind dat jij je best hebt gedaan om geen ruzie te maken in bad.”

Jolien: “Elin, ik vind dat jij je best hebt gedaan met mooi tekenen. Mama, ik vind dat jij heel erg je best hebt gedaan met lekkere cakejes bakken.

Elin: “Mama, ik vind dat jij heel je best gedaan om niet boos te worden.”

 

Overdrijven

Standard

Vanmorgen aan de keukentafel vergelijk Kris Faithless met Regi en dat vond ik overdreven. Jolien wou weten wat dat was, overdrijven, dus we legden het uit aan de hand van een aantal voorbeelden waarvan beide dochters niet genoeg konden krijgen. Voorbeelden van hoe het soms flauw is om te overdrijven en voorbeelden van hoe overdrijven soms niet zo erg was (’50 percent overdrijven mag’). Een beetje later bevonden we ons in de badkamer en legde Jolien uit dat ze in haar klas een boekje had met daarin een zeeslang en ook een haai. Ze had ook een interessant toevoeging: “Ik lieg niet hé mama, ik overdrijf. Zoals jullie.” Overdrijven werd dus meteen een belangrijke toevoeging aan Joliens woordenschat.

 

Liegen is een belangrijk thema sinds we vorig weekend het verhaal van Pinokkio hebben gelezen. De vrees voor een lange neus was zondag erg acuut en kende vanavond nog een opflakkering. Als ze niet bang is voor een lange neus en niet lijdt onder haar eczeem, dan gaat het de laatste tijd wel goed met Jolien.

 

Acht van Joliens vingers worden ’s morgens en ’s avonds ingepakt nadat we er een flinke klonter zalf op heb gesmeerd. Zalf uit een potje met het symbool voor vergif. Omdat dat voor de meeste vingers een pijnlijke bedoening is, proberen we dat inpakken zoveel mogelijk te laten gebeuren op haar tempo en zoveel mogelijk naar haar zin. Dat heeft ze ondertussen ook al wel door en als ze echt het onderste uit de kan wil halen, dan hoor ik mezelf nog altijd zeggen: “Niet overdrijven, Jolien.” Vanavond kreeg ik als antwoord: “Maar dat mag toch, overdrijven?” Ze had vandaag echt een leerrijke dag.

Wanneer is het nu feest?

Standard

Vandaag hadden we aangekondigd als de dag dat we onze eerste huwelijksverjaardag ging vieren en daarmee creëerden we verwarring alom. In de loop van de ochtend vroeg Jolien wanneer Mira kwam, maar Mira zou nooit komen. We gingen wel naar het zwembad, altijd een succes. Kris wil hier graag toevoegen dat Elin voor het eerst door de buis is gegleden. Samen met hem uiteraard. Jolien vond het bubbelbad het leukst – waar ze eerst helemaal niet in wou. ’s Middags gingen we pizza eten en dat was geen succes. Zelfgemaakte pizza vinden ze lekker en die van Eden Project vonden ze lekkerder dan ze zelfgemaakte, maar die van vandaag vonden ze maar niks. Elin: “Wanneer is het nu eigenlijk feest?” Wij: “We zijn het nu aan het vieren, Elin. We vieren door te gaan zwemmen en pizza te gaan eten, in plaats een voormiddag was op te hangen en eten te maken.”

 

Na de pizza stopten we thuis om fruit, koekjes en picknickdeken op te halen en fietsten we meteen door naar het Heuvelhofpark om bladeren en noten te rapen, in het speeltuintje te spelen en te voetballen. Dinsdag gaan Kris en ik duur uit eten in Luzine, vandaag maakten we er een leuke dag van voor en met de kindjes – was het idee.

 

’s Avonds namen ze nog een douche. Het nieuwe gezinsritme leidt er vaak toe dat er op woensdag geen tijd meer is voor een bad en dat wordt dan vervangen door een douche. Een kapotte douchehouder beneden heeft ertoe geleid dat die douche boven wordt genomen. Vergezeld van een stevige waarschuwing van de kranen af te blijven, mogen alleen de douchecabine in. Dat is blijkbaar zo leuk dat ze er nog in willen, zelfs na een uitgebreide douche in het zwembad. Vanavond stond Elin dus onder de douche toen er plots een gemeende: “Uh, dat is raar.” Ik ging kijken: “Wat is er raar Elin?” “Ja, nu douchen wij en gaan wij onze pyjama aandoen, maar we moeten nog naar het feest.” Wij: “Er komt geen feest Elin, we blijven gewoon thuis vandaag. We hebben gedaan met vieren.” Volgend jaar gaan we het concept ‘huwelijksverjaardag vieren’ echt wat duidelijker moeten uitleggen.

 

En dan nog een conversatie tussen moeder en oudste dochter aan tafel:

–       Ik heb geen om te gaan joggen vandaag.

–       Echt niet?

–       Nee. Het gaat waarschijnlijk pijn doen.

–       Moet je gaan joggen?

–       Nee, eigenlijk niet.

–       Dan moet je niet gaan hé, mama.

 

Ik ben tocht gegaan. Voor het eerst in bijna een jaar opnieuw 5 kilometer in één keer. Zonder pijn. Het levert dus wel iets op, je huwelijksverjaardag vieren. 

Callgirl en liefde

Standard

Vanmorgen kreeg ik een sms’je van Kris waar ik eens goed om moest lachen.

Elin was aan het zingen: “Oh was ik maar een callgirl”
*grote vraagtekens bij Kris*
“dan kon ik rijden op een paard”

Er is nog werk aan haar Engels.

Jolien heeft de vredesgedachte ondertussen ook te pakken. Vanavond in bed:
“Mama, je bent de liefste en jij bent mijn vriend. Jij bent een vriend van iedereen hé?”

“Nee, Jolien, ik ben niet de vriend van iedereen.”

“Alleen van mij?”

“Nee, ik ben de vriend van veel mensen, maar niet van iedereen.”

“Maar mama, je moet liefde geven hé!”

En ze vervolgde met:
“Je moet mij ook liefde geven, want soms kijk ik verdrietig.” En daarna nam ze een dikke knuffel in ontvangst.

Een wens

Standard

Elin in bed: Mama, ik heb een wens.

Mama aan de deur: Ah ja?

Mijn wens is niet dat mijn knieën nooit meer pijn doen. (n.v.d.r: Ze had zich vlak voor het slapengaan pijn gedaan, aan haar knie)

Wat is jouw wens dan?

Dat mag ik niet zeggen. 

Wil je je wens in mijn oor fluisteren?

Nee! Dan komt mijn wens niet uit!

‘t Is ook niet helemaal zeker dat ze uitkomt als je ze niet vertelt.

fluisterend: Vrede op aarde.

Da’s een mooie wens.

enthousiast: Als die uitkomt, dan is er dus vrede op aarde hé!

Da’s echt een hele mooie wens. Slaapwel.

Slaapwel.

Een weekdag

Standard

’s Morgens worden Elin en Jolien wakker met hun wekker: “Mama, het konijntje/mannetje licht!!!!” Ik rep me naar boven, waar ik twee slaapkopjes aantref. Soms staat Jolien al op de gang, meestal blijven ze allebei nog eventjes in bed snoezelen, terwijl ik hun kleren uit de kasten neem.
Met de nodige knuffels in de hand (meestal in die van mij) gaan we naar beneden. Heel vaak is er iets waar Jolien van overstuur geraakt. Elin die haar kleedje wil lenen om in de juiste kleur naar school te kunnen gaan, bijvoorbeeld. Elin die tegenover Jolien aan tafel zit en volgens Jolien te hard naar haar kijkt. Jolien heeft niet elke ochtend, maar toch bijna elke ochtend, iets nodig om eens goed over te beginnen wenen of boos over te zijn. Als dat achter de rug is, is alles oké en kunnen we gezellig samen ontbijten. Niet lang, want al snel moet ik vertrekken naar mijn trein. Dan geven we elkaar een dikke knuffel en krijg ik van elk een confituurkus (tenzij Jolien geen zin had in toast). Ik ga naar de deur, Elin en Jolien naar het raam. Vaak beginnen ze er al op te kloppen als ik de deur nog niet uit ben. Aan het raam roepen we naar elkaar: “Da-aag. Goed werken!” “Da-aag! Goed spelen, goed leren. Veel plezier op school!” “Da-aag. Veel plezier op je werk!” “Tot straks!” “Tot straks!” Elk zinnetje meestal meer dan eens, maar ook wel meestal in die volgorde.
Uren gaan voorbij waarin ik me bezighoud met dingen die oneindig veel onbelangrijker zijn. Rond kwart over vijf kom ik terug thuis. Als ik mijn sleutel in de deur steek, komt Jolien de gang opgelopen. Elin blijft voor tv hangen en is weinig onder de indruk van mijn thuiskomst. We babbelen een beetje, kijken een beetje tv, babbelen nog wat en we gaan eten. Soms vinden ze het lekker, soms niet, soms eten ze veel, vaak eten ze weinig. Na het eten is er meestal geen tijd meer om nog veel te spelen en trek ik met Jolien de badkamer in. Daar wassen we, smeren we en poetsen we en we babbelen nog wat, we zingen, we tekenen met zalf, we doen gekke stemmetjes, we kietelen, we knuffelen en we geven kusjes.
Daarna is de beurt aan Elin. Elin hoeft niet meer zo besmeerd te worden, dus ons badkamermoment is aan de korte kant. Ze staat er wel op dat ik ook haar klaarmaak, dus ze zal er toch iets leuk aan vinden. Als ze allebei klaar zijn, is het meestal tijd om een boekje te kiezen: de ene dag Jolien, de andere dag Elin. Om herrie te vermijden, verloopt het boekjesritueel erg strikt. De boekjeskiezer mag ook kiezen waar ze zit: rechts van mama op het lange deel van de zetel, of links van mama op het korte deel van de zetel. De boekjeskiezer moet ook als eerste pipi gaan doen als het boekje uit is. De niet-kiezer gaat de luiers halen in de badkamer. Of blijft bij mij zitten. Jolien: “Ik wil een beetje praten.” We zoeken de knuffels bij elkaar en gaan naar boven. Elin en Jolien geven elkaar een kusje, Elin en Jolien nemen kort afscheid van papa en – vooral Jolien – iets uitgebreider van mama. Elin wil (bijna) altijd weten of we thuisblijven of nog weggaan. Het ingewikkeldste is als eerst mama weggaat en dan terugkomt en dan papa die vertrekt – of omgekeerd, maar het ergste is als we allebei weggaan. Sinds we ook wel eens een babysit nodig hadden om allebei naar een infoavond op hun schooltjes te gaan, is het begrip wel stevig toegenomen. Ze is het nu ook al gewoon dat ik ga joggen. Mama en papa zeggen twee keer slaap wel beneden aan de trap. Ook heel strikt, om herrie te vermijden. Opnieuw gaan er uren voorbij.

Een kleine selectie van dingen die Elin en Jolien de afgelopen weken hebben gezegd:

Jolien, ’s avonds in bed: “Je bent de liefste mama van de hele wereld. Soms doe je wel stoute dingen, maar dat is niet erg.”

Elin: “Ik heb een nieuw vriendje. Bent.”

Jolien: “Kriebeltjes groot en kriebeltjes klein, in de speelkriebel is het fijijijij*pauze*mke.”

Jolien, ’s avonds in bed: “Nu ga ik goed slapen hoor, want het is herfst.”

Jolien, in de fietskar na school: “Femke heeft pipiJolien tegen mij gezegd en mij geslagen.”
Elin, naast Jolien in de fietskar: “Oh! En dat in de week van de vrede!”